De Wehrmacht

De grootste eenheid van de Duitse Wehrmacht was de Legergroep (Heeresgruppe). Deze kende geen permanente organisatie, maar werd per veldtocht samengesteld uit twee tot drie legers. Dit gaf elke legergroep een omvang van 400.000 tot 600.000 man.

Elk leger (Armee) bestond uit zijn beurt weer uit drie tot vier legerkorpsen en beschikte daarmee over gemiddeld 200.000 man. Behalve de reguliere legers, werden er ook Panzergroepen (Panzergruppe) gevormd die elk de beschikking hadden over drie gemotoriseerde legerkorpsen. Later werden deze omgevormd tot Pantserlegers (Panzerarmee).

Een legerkorps (Korps) bestond uit twee tot vijf infanteriedivisies en telde gemiddeld zo’n 60.000 man. Een gemotoriseerd korps (Korps (mot.)) daarentegen beschikte over drie gemotoriseerde en/of pantserdivisies.

De kern van het Duitse leger werd gevormd door de infanteriedivisie (Infanteriedivision). Elke infanteriedivisie telde 16.977 man en bestond uit drie infanterieregimenten en ondersteunende eenheden. Een infanterieregiment (Infanterieregiment) van 3.049 man had drie infanteriebataljons, een 180 man sterke infanteriegeschutcompagnie en een 170 man sterke antitankcompagnie. Een bataljon (Bataillon) van 860 man had drie infanteriecompagnieën en een 190 man sterke ondersteuningscompagnie, dat uitgerust was met mortieren en zware machinegeweren. Een 201 man sterke infanteriecompagnie (Schützenkompanie) had drie infanteriepelotons en elk 50 man sterk peloton (Schützenzug) bestond uit een pelotonsstaf, een mortierteam en vier secties, waarbij elke sectie bestond uit tien man.

Door de enorme verliezen die na het begin van de invasie van de Sovjet-Unie werden geleden, werden de meeste infanteriedivisies vanaf begin 1942 teruggebracht tot twee regimenten, waardoor hun mankracht afnam van 16.977 naar 13.928 man. Om deze situatie deels te camoufleren, werden alle infanterieregimenten in oktober 1942 omgedoopt tot grenadierregimenten (Grenadierregiment), vernoemd naar de elitetroepen van het Pruisische leger van Frederik de Grote.

Op 2 oktober 1943 werd de infanteriedivisie hervormd. Het aantal verliezen had een kritiek punt bereikt en dus waren er verregaande maatregelen nodig. De nieuwe infanteriedivisie, aangeduid als M1944, had 12.772 man ter beschikking. De terugval in aantal soldaten werd vooral bereikt door het aantal bataljons terug te brengen van 9 naar 6. Er waren nog steeds drie regimenten, maar ze beschikten elk over 2 bataljons, in plaats van 3.

Op 10 december 1944 werd het aantal soldaten per infanteriedivisie nog verder teruggebracht, naar 11.211 man. In maart 1945 nam de mankracht nog verder af naar 10.728 man per divisie, al zal in de praktijk geen enkele divisie deze omvang daadwerkelijk hebben bereikt.

Behalve de infanteriedivisie, kende het Duitse leger ook diverse gespecialiseerde divisies:

  • Alle eenheden van een gemotoriseerde divisie (Infanteriedivision (mot.)) waren voorzien van pantser- en/of motorvoertuigen. Door een tekort aan motorvoertuigen werden deze divisies teruggebracht tot twee gemotoriseerde regimenten, met een totaal van 14.319 man.
  • Op 23 juni 1943 werden de gemotoriseerde divisies omgedoopt tot pantserinfanteriedivisies (Panzergrenadierdivision). Deze waren 14.738 man sterk en bestonden uit twee pantserinfanterieregimenten (elk 3.107 man sterk) en een pantserbataljon (602 man en 52 tanks).
  • Een bergdivisie (Gebirgsdivision) had 14.131 man, verdeeld over twee 6.506 man sterke bergregimenten, plus ondersteunende eenheden. Alle eenheden konden operaties uitvoeren in berggebieden.
  • De volksgrenadierdivisie (Volksgrenadierdivision) werd tegen het einde van de oorlog gevormd. Het was qua structuur gelijk aan een M1944 divisie, maar beschikte over slechts 10.072 soldaten. De kern van de divisie werd gevormd door veteranen van andere divisies en aangevuld met soldaten die in eerste instantie waren afgekeurd vanwege hun gezondheid of leeftijd (te jong/te oud). Het had 18% minder mankracht en 16% minder vuurkracht dan een normale infanteriedivisie.

Wie denkt aan het Duitse leger tijdens de Tweede Wereldoorlog, denkt al snel aan voortrazende tanks en de onverwoestbare pantserdivisies, waarmee de Duitsers binnen een jaar half Europa mee onder de voet liepen. Hoewel dit beeld maar ten dele correct is, vormde de pantserdivisie wel een belangrijke innovatie in 1939. In plaats van de tanks in kleinere eenheden over de gehele frontlinie te verspreiden, brachten de Duitsers zoveel mogelijk tanks samen op een kwetsbare plek van de vijandelijke linies en vielen ze daarmee aan.

De pantserdivisie (Panzerdivision) begon haar leven als een 14.373 man sterke eenheid. Het bestond uit een pantserbrigade (twee regimenten van 1.700 man, verspreid over twee bataljons) en een 4.409 man sterke gemotoriseerde infanteriebrigade (een infanterieregiment en een motorbataljon), waarbij alle verdere ondersteunende eenheden beschikten over pantser- of motorvoertuigen.

Na de capitulatie van Frankrijk in juni 1940 werd het aantal pantserdivisies in een hoog tempo vergroot. Dit ging ten koste van het aantal tanks per divisie. In plaats van twee regimenten van twee bataljons elk, beschikte elke pantserdivisie over nog maar één pantserregiment van twee bataljons. Daarentegen werd de hoeveel gemotoriseerde infanterie (vanaf 5 juli 1942 omgedoopt tot pantserinfanterie, Panzergrenadier in het Duits) vergroot van één regiment naar twee regimenten.

De man- en vuurkracht van de pantserdivisie werd in de loop van de oorlog steeds verder afgebouwd. Op 24 september 1943 werden alle pantserdivisies hervormt tot 14.013 man sterke eenheden, verdeeld over twee pantserregimenten (elk 2.006 man en 165 tanks sterk) en een 2.287 man sterk pantserinfanterieregiment.

Op 24 maart 1945 nam de omvang van de pantserdivisie nog verder af. De pantserdivisie van het type M1945 bestond uit nog maar 11.422 man, verdeeld over een 1.361 man sterk pantserregiment, (een pantserbataljon (767 man en 52 tanks) en een pantserinfanteriebataljon (488 man)) en een twee gemotoriseerde infanterieregimenten van elk 1.918 man sterk. Net als bij de laatste hervorming van de infanteriedivisies, is het ook nu onwaarschijnlijk dat er in het voorjaar van 1945 nog een pantserdivisie was die deze cijfers haalde.