Het Rode Leger

De organisatie van het Rode Leger week op veel vlakken af dan dat van haar westerse tegenhangers. Eenheden hadden andere benamingen of dezelfde benamingen hadden een andere betekenis.

De grootste eenheid in het Rode Leger was het Front, het Sovjet equivalent van een legergroep. Deze bestond uit ongeveer een miljoen soldaten en werd geleid door een maarschalk. De naam van een Front was afgeleid van het gebied waar het opereerde. Het 1e Baltische Front was bijvoorbeeld actief op het grondgebied van de Baltische staten (Estland, Letland, Litouwen) en het 2e Oekraïense Front was actief in het zuidwesten, op het gebied dat nu aan de Oekraïne toebehoort. Overigens hielden ze deze naam vast toen ze later in de oorlog Sovjet grondgebied verlieten en Oost-Europa binnentrokken. Zo werd Berlijn in april 1945 aangevallen door het 1e Wit-Russische Front en 1e Oekraïense Front.

Een Front bestond uit meerdere legers. Daar had je er meerdere typen van: reguliere legers, tanklegers en stootlegers.

Het reguliere leger, zoals het 42e Leger dat in de omgeving van Leningrad vocht, bestond voornamelijk uit infanteristen. Het bestond uit 3 tot 4 legerkorpsen, elk met 3 tot 4 divisies. Elke infanteriedivisie bestond op papier uit 9.619 man, wat kleiner is dan de gemiddelde westerse divisie, dat geregeld meer dan 10.000 man telde. Het verschil kan verklaard worden doordat een gemiddelde Sovjet divisie over minder ondersteunende eenheden beschikte, zoals artillerie- of antitankeenheden. De kleinere omvang van de infanteriedivisies, betekent dat een Sovjet legerkorps of leger kleiner is dan die van de Duitse Wehrmacht of een Anglo-Amerikaans legerkorps.

Tanklegers bestonden uit twee gemechaniseerde korpsen en een tankkorps. Ondanks het gebruik van het woord ‘korps’, hadden deze onderliggende eenheden meer de omvang van een divisie. Het gemechaniseerde korps bestond uit drie pantserinfanteriebrigades en een tankbrigade, in totaal 17.457 man. Een tankkorps bestond dan weer uit drie tankbrigades en een pantserinfanteriebrigade; in totaal 11.964 man. Dit houdt in dat een tankleger over 46.878 man beschikte, wat qua omvang meer overeen komt met een Duits legerkorps.

Stootlegers werden gevormd door tankkorpsen, gemechaniseerde korpsen en infanteriedivisies die hadden laten zien goed te kunnen aanvallen. Het stootleger werd dan ook meestal door de commandant van een Front in reserve gehouden voor het forceren van een doorbraak in de vijandelijke linie. Een vaste samenstelling van een Stootleger is er dan ook niet te geven, omdat dit afhankelijk was van de situatie. Over het algemeen kan gesteld worden dat een stootleger over gemiddeld 5 tot 10 divisies beschikte.

Sommige legers kregen de eretitel ‘Garde’ toegekend. Dit was een soort blijk van waardering voor eenheden die zich bewezen hadden. Zij kregen daarna ook voorrang bij de aanvoer van versterkingen en materiaal.