Operatie Wop

In de nasleep van de gebeurtenissen in de Kasserinepas verschoof het zwaartepunt van de operaties in Tunesië. In het zuiden roerde het Britse 8e Leger van generaal Montgomery zich, dat zich vanaf medio februari had voorbereid op een aanval op de Marethlinie.

Kaart van Operatie Wop (klikken voor een groter exemplaar).

De eerste operatie van het Amerikaanse 2e Korps onder haar nieuwe commandant generaal George Patton was dan ook ter ondersteuning van de Britse aanval. Het kreeg de codenaam Wop. Tegelijkertijd met het Britse offensief zouden de Amerikanen vanuit Tebessa via Gafsa de rechterflank van de Marethlinie aanvallen. In de nacht van 16 op 17 maart verplaatsten het 16e en 18e Regiment Infanterie van de 1e Infanteriedivisie zich per vrachtwagen naar een plek ten noorden van Gafsa. De aanval vond halverwege de ochtend plaats en wist het kleine garnizoen snel te overmeesteren. Tegelijkertijd hadden de commando’s van het 1e Bataljon Rangers het nabijgelegen El Guettar bezet. De volgende fase van het Amerikaanse offensief was een aanval van de 1e Pantserdivisie op Sened Station, wat ten noorden van Gafsa ligt.

Sened Station werd vanuit het zuidwesten aangevallen door Combat Command A en vanuit het noorden door het 60e Regiment Infanterie (van de 9e Infanteriedivisie) en Combat Command C. Het garnizoen werd overrompeld door de aanval en trok zich terug op het dorpje Sened, dat op 23 maart in Amerikaanse handen viel. Ondertussen was Combat Command A verder westwaarts getrokken naar Maknassy, dat ook al verlaten was door de vijand. Vanaf daar kreeg Patton opdracht verder op te rukken naar Mahares en daar de Duitse aanvoerlijnen te blokkeren.

Soldaten van de 1e Pantserdivisie rusten uit na de inname van Maknassy.

Het Amerikaanse offensief was de Duitsers niet ontgaan en op 22 maart gaf generaal Hans-Jürgen von Arnim, die veldmaarschalk Rommel was opgevolgd als commandant van Legergroep Afrika, aan zijn vervanger als commandant van het 5e Panzerleger, generaal Gustav von Vaerst, opdracht met de 10e Panzerdivisie de positie van de Amerikaanse 1e Infanteriedivisie in Gafsa aan te vallen.

De 1e Infanteriedivisie was ondertussen op 20 maart vanuit El Guettar verder getrokken langs de weg tussen Gafsa en Sfax. De regimenten van de divisie rukten door het heuvelachtige landschap verspreid van elkaar op. Voor zonsopgang op 23 maart trok een kampfgruppe van de 10e Panzerdivisie tussen de posities van het 16e en 18e Regiment Infanterie. Zodoende wist men de artilleriepositie van de divisie te bereiken, dat werd verdedigd door de tankjagers van het 601e Bataljon Tankjagers. De tankjagers wisten de Duitse aanval te vertragen, maar niet volledig te stoppen. Ondanks zware verliezen wisten de Duitsers twee bataljons veldartillerie te vernietigen alvorens zich weer terug te trekken om zich te hergroeperen.

Dit gaf de Amerikanen de kans om zich te hergroeperen en een hernieuwde aanval van de 10e Panzerdivisie mislukte vrijwel meteen. Verdere aanvallen waren door de zware verliezen onmogelijk, hoewel de Duitsers nog wel probeerden de Amerikaanse opmars af te remmen. De overwinning bij El Guettar vormde een enorme opsteker voor de Amerikanen, waarvan het vertrouwen erg fragiel was na de zware gevechten bij de Kasserinepas.

Amerikaanse infanteristen graven zich in in de heuvels rondom El Guettar.

Versterkt door dit succes zetten de Amerikanen hun aanval op 28 maart voort richting Gabès, uitgevoerd door de 1e Infanteriedivisie met ondersteuning van de 1e Pantserdivisie en de 9e Infanteriedivisie. Verder naar het noorden moest de 34e Infanteriedivisie door de bergpas bij Fondouk el Aoureb aanvallen. De aanval werd sterk vertraagd door het felle verzet van de Italiaanse troepen in het zeer zware terrein. Hierdoor kon de 9e Divisie pas op 1 april aan haar aandeel in de operatie beginnen. Patton besloot daarop een gepantserde task force te formeren om het offensief te versnellen. Deze Task Force Benson begon op 30 maart aan haar offensief. De Duitse pantserafweerstellingen voorkwamen een snelle vooruitgang. Dit zorgde dat Patton weer van strategie moest veranderen dit keer was het weer de infanterie die voor de doorbraak moest zorgen.

In de dagen erna kenmerkten de gevechten zich door kostbare infanterieaanvallen in heuvelachtig terrein met zware verliezen aan beide zijden. Dit veranderde op 6 april toen het Britse 8e Leger in het zuiden haar aanval intensiveerde en Von Arnim besloot zijn troepen naar die sector te verplaatsen. Toen de Amerikanen hun aanval op 7 april voortzetten, merkten ze dat het verzet gedoofd was en ze vrij makkelijk konden oprukken. Op 8 april maakten ze nabij Sebkret en Noual contact met de Britse eenheden.

Hiermee kwam een einde aan Operatie Wop en startte de laatste fase van de veldtocht in Tunesië.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s