De Arado Ar 234

De eerste straalmotor werd in 1936 ontworpen en gebouwd door ingenieur Hans Joachim Pabst von Ohain. Het duurde niet lang tot de Duitsers de potentie inzagen van deze nieuwe vorm van aandrijving en nog voor het uitbreken van de oorlog werd al gestart met de ontwikkeling van de eerste straaljagers. De bekenste straaljager was de Messerschmitt Me 262, die in april 1944 in het luchtruim verscheen en waarvan er 1.430 gebouwd werd. Het gebruik van de straalmotor bleef echter niet beperkt tot jachttoestellen. Men kwam ook op het idee om bommenwerpers met deze revolutionaire nieuwe aandrijving uit te rusten.

Eind 1940 vroeg het Reichsluftfahrtministerium (RLM) de Duitse vliegtuigindustrie om een door straalmotoren aangedreven verkenningsvliegtuig te ontwerpen dat een actieradius had van 2.156 kilometer. Het enige bedrijf dat reageerde was Arado, dat Project E.370 presenteerde. Dit was een conventioneel ontwerp met een Junkes Jumo 004 straalmotor onder elke vleugel. Arado schatte dat het toestel een maximum snelheid kon halen van 780 km/u, een plafond had van 11 kilometer en een actieradius van bijna 2.000 kilometer. Dit laatste was minder dan waar het RLM om gevraagd had, maar zij vonden het desondanks een prima ontwerp en bestelden twee prototypes van het toestel, dat de naam Ar 234 kreeg. Deze waren eind 1941 gereed, maar omdat de twee motoren vertraging hadden opgelopen, waren ze pas in februari 1943 helemaal voltooid. Deze motoren bleken echter zeer onbetrouwbaar en het duurde nog eens tot juli 1943 tot de Arado Ar 234 V1 voor het eerst het luchtruim koos. Twee maanden later had men al vier prototypen vliegen. Het tweede prototype crashte op 2 oktober 1943, waarbij de piloot om kwam. De zesde en achtste prototypes werden aangedreven door BMW 003 motoren in plaats van met Jumo 004’s, waarbij de zesde vier motoren had en de achtste twee paar BMW 003’s die per twee geplaatst waren in een houder onder elke vleugel. Dit waren de eerste vliegtuigen met vier straalmotoren.

Profiel van de Arado Ar 234

Het gewicht van het toestel lag rond de 8 ton. Om dit terug te brengen en hoeveelheid brandstof dat meegenomen kon worden te maximaliseren, gebruikte Arado geen intrekbaar landingsgestel. In plaats daarvan steeg het toestel op met behulp van een afwerpbaar wagentje met drie wielen, dat een Bugradstartwagen werd genoemd. Landen deed men op drie intrekbare sleeën, eentje onder het middelste deel van het toestel en één onder elke motor. Dit type landingsgestel was echter zeer onbruikbaar, omdat de piloot niet voldoende kon remmen en ook niet kon sturen. Een testpiloot omschreef het alsof je moest landen op een baan die was ingesmeerd met groene zeep.

Het RLM was overtuigd van de potentie van het ontwerp en vroeg Arado in juli om twee prototypes te maken van een Schnellbomber (hogesnelheidsbommenwerper), de Ar 234B. Omdat het toestel zeer smal was en gevuld met brandstoftanks, moest de bommenlading onder de vleugel worden meegenomen.

Omdat de cockpit zich voor de romp bevond, had de piloot geen zicht naar achteren. Dus moesten de machinegeweren aan de achterzijde bediend worden met een periscoop, die in de dak van de cockpit werd geplaatst. Het kanon aan de achterzijde van het toestel werd alom gezien als waardeloos, en dus ook achterwege gelaten toen de Ar 234B in productie ging, hoewel de periscoop wel werd geplaatst. De externe bommenlading maakte een landing met sleeën niet praktisch en dus werd de B-versie uitgerust met een volledig intrekbaar landingsgestel, waarbij de romp een klein beetje werd verbreed om plaats te bieden aan de wielen. Een prototype van de Ar 234B vloog op 10 maart 1944.

Een Arado Ar 234 laat haar bommen vallen.

Met de maximale bommenlading van 1500 kilo haalde de Ar 234B een snelheid van 672 km/u. Dit was beter dan alle andere Duitse bommenwerpers en maakte van dit toestel een geschikte kandidaat om de dominerende geallieerde luchtstrijdkrachten te kunnen omzeilen. Normaliter bestond de bommenlading uit twee 500 kilo bommen onder de motoren of een enkele bom van 1000 kilo onder de romp zelf.

Eind juni 1944 werden de eerste 20 Ar 234B’s geproduceerd. Daarna nam de productie af, omdat de Arado fabrieken het werk moesten overnemen van de overige gebombardeerde vliegtuigfabrieken. In de tussentijd werden een aantal Ar 234 prototypes al naar het front verplaatst om als verkenningstoestel te dienen. In de meeste gevallen vlogen de toestellen zo snel (740 km/u) dat ze niet eens opgemerkt werden door de geallieerden.

De paar 234B’s die in de herfst van 1944 in dienst genomen werden maakten een positieve indruk op hun piloten. Ze waren snel en zeer wendbaar. Het grootste nadeel was de Jumo 004 motoren, die snel vlam vatten en al na 10 uur vliegtijd vervangen dienden te worden.

De bekendste inzet van de Ar 234 als bommenwerper was tijdens de pogingen om de Ludendorffbrug bij Remagen te vernietigen, zoals ook te horen is tijdens aflevering 31 van de podcast. Tussen 7 en 17 maart werd de brug aangevallen met duizend kilo zware bommen van Ar 234’s van III. Staffel/Kampfgeschwader 76. De vliegtuigen werden verspreid ingezet boven Duitsland tot de capitulatie op 8 mei 1945. Enkelen werden neergehaald door geallieerde vliegtuigen of luchtafweergeschut, maar de meesten stonden werkeloos op de landingsbaan te wachten op brandstof dat nooit kwam.

Deze Arado Ar 234 laat zien hoe de meeste toestellen de oorlog doorbrachten: wachtend op brandstof.

Van medio 1944 tot het einde van de oorlog werden er in totaal 210 vliegtuigen gemaakt. In februari 1945 werd overgestapt op de C-versie. Deze was uitgerust met vier lichtere BMW 003A motoren, die per twee geplaatst waren in gondels onder de vleugels. De reden van deze verandering was dat er nu meer Junkers Jumo 004’s beschikbaar waren voor de straaljager Messerschmitt Me 262. Ondanks het lagere gewicht hadden de motoren van BMW wel meer vermogen. Het ontwerp van de cockpit werd ook versimpeld. Het aantal glazen panelen werd teruggebracht van 13 naar 8, waardoor de zichtbaarheid van de piloot aanmerkelijk verbeterde. Ook was deze cockpit eenvoudiger te produceren. De vier BMW motoren gaf de Arado Ar 234C 20% meer snelheid dan de met Jumo 004’s uitgeruste B-versie.

Voor het einde van de oorlog werden slechts 14 C-versies gebouwd, waarvan minder dan de helft werd uitgerust met motoren. Er werden in totaal maar 500 BMW 003 straalmotoren gebouwd en de meeste ervan gingen naar de Heinkel He 162A straaljager.

Behalve als verkenningstoestel en als bommenwerper werd er ook onderzocht of de Ar 234B niet ingezet kon worden als nachtjager. De Arado Ar 234B-2/N werden uitgerust met de FuG 218 Neptun radar en een paar MG 151/20 kanonnen. Twee van deze versie dienden bij een experimentele eenheid genaamd Kommando Bonow. In maart 1945 maakte de Ar 234B-2/N haar debuut als nachtjager, maar de piloten ontdekten al snel dat het toestel helemaal niet geschikt was voor deze rol en men slaagde er dan ook niet in een vijandelijk toestel neer te halen in de korte tijd dat deze operationeel was.

Een gedachte over “De Arado Ar 234

  1. Beste heer Roode
    Ik volg met grote belangstelling uw podcast over wo2 en ben enorm onder de indruk van uw enorme feitenkennis .
    Als geïnteresseerde in deze geschiedenis ben ik verbaasd dat er toch nog veel verhalen zijn die ik nog nooit gehoord heb. Terwijl ik dit jaar 60 wordt…
    Als u een boek uitgeeft ga ik het zeker kopen. Tot het zover is wil ik ook wel een bedrag doneren voor de vele uren die ik er al naar heb mogen luisteren. Stuur mij uw rek nr maar.
    Een puntje van kritiek is dat u ,in uw enthousiasme waarschijnlijk, regelmatig woorden inslikt. Dat is jammer . Verder niks dan lof,
    Vriendelijk gegroet
    Mark Boereboom

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s