De meest dodelijke U-bootcommandanten

De aanval op Scapa Flow van Günther Prien maakte van hem een levende legende onder de U-bootcommandanten. Toch was hij verre van de meest succesvolle U-bootcommandant van de Tweede Wereldoorlog. Hieronder een lijst van de vijf U-Boot-Kommandanten die een ware verschrikking vormden voor de geallieerden tijdens de Tweede Wereldoorlog.

1. Otto Kretschmer (273.043 ton)
Op 1 oktober 1937 krijgt Kretschmer voor het eerst het bevel over een onderzeeboot, de U-23. Na het uitbreken van de oorlog krijgt hij het bevel om in de Noordzee te patrouilleren. Op 4 oktober 1939 slaat hij voor het eerst toe als hij het Britse vrachtschip Glen Farg laat zinken. Later volgden twee Deens vrachtschepen, twee Noors vrachtschepen, een Britse torpedobootjager en twee Britse vrachtschepen. Op 2 april 1940 krijgt hij het bevel over de U-99, een U-boot van het nieuwe type VIIB. Tussen 5 juli 1940 en 16 maart 1941 brengt hij maar liefst 38 schepen tot zinken, waaronder het Nederlandse vrachtschip Farmsum. Zijn laatste dag als U-boot commandant is ook zijn meest succesvolle, als hij 5 schepen op één dag laat zinken. Maar de escorte van deze schepen dwingt Kretschmer naar de oppervlakte en samen met zijn bemanning wordt hij gevangengenomen. Na de oorlog keert hij terug in de Duitse marine, dan de Bundesmarine. In 1965 wordt hij zelfs benoemd tot commandant van de Allied Forces Baltic Approaches van de NAVO. In 1970 gaat hij met pensioen en in 1998 sterft hij op de leeftijd van 86 jaar.

2. Wolfgang Lüth (225.204 ton)
Wolfgang Lüth neemt in 1933 dienst bij de Reichsmarine. Nadat hij eerst aan boord van oppervlakteschepen heeft gediend, stapt hij in 1936 over op de onderzeebootdienst. In december 1939 krijgt hij het commando over de U-9, waarmee hij zes patrouilles onderneemt en 8 schepen tot zinken brengt. In juni 1940 leidt hij de U-138 tijdens twee patrouilles en brengt hij 5 schepen tot zinken. In oktober 1940 wordt hij weer overgeplaatst, dit keer naar de U-43, waarmee hij zes patrouilles uitvoert en twaalf schepen tot zinken brengt. Na twee patrouilles met de U-181 en 22 voltreffers, wordt hij onderscheiden met het Ridderkruis met het IJzeren Kruis met Eikenbladeren, Zwaarden en Diamanten. Hij was de eerste van twee U-bootcommandanten die deze onderscheiding krijgt tijdens de Tweede Wereldoorlog. Na vijf jaar aan boord van een U-boot krijgt Lüth in januari 1944 het commando over het 22. Unterseebootsflottille in Gotenhafen. In juni volgt een promotie tot Fregattenkapitän en een benoeming tot hoofd van de Marineschule Mürwik in Flensburg. Op 5 mei 1945 wordt deze stad ingenomen door de Britten, maar in eerste instantie verandert dit niks aan het werk van Lüth. Wanneer hij op de nacht van 13 op 14 mei 1945 terugkeert van een avondje stappen, reageert hij niet op het bevel van de Duitse wacht om te stoppen en wordt hij in zijn hoofd geschoten. Op 16 mei 1945 is hij de laatste die een staatsbegrafenis krijgt in het Derde Rijk, dat op dat moment nog formeel bestaat. De 18-jarige Mathias Gottlob, de wacht die hem doodschoot, wordt later vrijgesproken.

3. Erich Topp (197.460 ton)
De dan 20-jarige Topp meldt zich in 1934 aan bij de Reichsmarine. Daar dient hij aan boord van de lichte kruiser Karlsruhe. Na een jaar meldde hij zich aan voor de officiersopleiding en na zijn diplomering keerde hij als luitenant terug op de Karlsruhe. In 1937 startte Topp aan zijn opleiding voor dienst aan boord van onderzeeboten en na een succesvolle afronding daarvan dient hij als eerste officier aan boord van de U-46. Op 5 juni 1940 krijgt hij zijn eigen boot, de U-57. Die zomer slaagt hij er met zijn bemanning in 5 schepen te laten zinken. Op 3 september 1940 komt de U-57 echter in botsing met een Noors schip en zinkt het. Topp weet dit te overleven en krijgt in december van dat jaar het commando over de U-552. In oktober 1941 zorgt hij voor een primeur wanneer hij in de vorm van de USS Reuben James het eerste Amerikaanse oorlogsschip laat zinken, twee maanden voordat de VS officieel deel zou gaan nemen aan de oorlog. Tot 3 augustus 1942 weet hij daarna nog 29 schepen tot zinken te brengen, waaronder het Nederlandse vrachtschip Ocana. Daarna krijgt Topp het bevel over het 27. Unterseebootsflottille, een opleidingseenheid in Gotenhafen. In augustus 1944 volgt een overplaatsing naar de afdeling die de introductie van de nieuwe Type XXI onderzeeër moet begeleiden. Op 23 maart 1945 keert hij terug in actieve dienst en voert hij het bevel over de U-3010 en vanaf 26 april over de U-2513. Door een gebrek aan brandstof voerde hij met beide schepen geen patrouilles uit en op 20 mei 1945 werd Topp krijgsgevangen gemaakt. Op 17 augustus 1945 werd hij echter alweer vrijgelaten. Na de oorlog ging hij in dienst bij de Bundesmarine en klom hij op tot chef van de marinestaf van het ministerie van Defensie. In 2005 sterft hij op 91-jarige leeftijd.

4. Heinrich Liebe (187.267 ton)
Liebe begon aan zijn carrière in de marine in 1927. Hij diende eerst op het slagschip Schleswig-Holstein, alvorens in 1935 de overstap te maken naar de onderzeebootdienst. Op 1 oktober 1936 krijgt hij het bevel over de U-2, een opleidingsboot, en in 1938 volgt het commando over de U-38. Deze begon op 19 augustus 1939 aan haar eerste patrouille. Voor de kust van Portugal slaagde Liebe erin twee Britse vrachtschepen tot zinken te brengen alvorens op 18 september weer terug te keren. Daarna volgden meer successen: tussen september 1939 en juni 1941 slaagde de U-38 erin 34 schepen tot zinken te brengen, waaronder het Nederlandse vrachtschip Bilderdijk op 19 oktober 1940. Vanaf de zomer van 1941 werd Liebe overgeplaatst naar de staf van het Oberkommando der Marine en in augustus 1944 naar de staf van de Befehlshaber der Unterseeboote. Na de oorlog keerde hij terug naar zijn huis in Gotha, dat in de DDR lag. Hij weigerde de bemanningen van Sovjet onderzeeboten te trainen en stierf in juli 1997.

5. Viktor Schütze (180.073 ton)
De in Flensburg geboren Viktor Schütze begon zijn maritieme loopbaan in de Reichsmarine in april 1925 aan boord van Duitse torpedoboten. In oktober 1935 stapte hij over op de nieuwe onderzeebootdienst. Daar voerde hij twee jaar lang het commando over de U-19. Na een kort intermezzo als opleider van de bemanningen van torpedobootjagers keerde hij terug als commandant van de U-11. Bij het uitbreken van de oorlog voerde hij het bevel over de U-25, waarmee hij tussen oktober 1939 en februari 1940 zeven schepen deed zinken. In juli 1940 volgde de aanstelling tot commandant van de U-103 en tijdens de vier patrouilles met deze boot zonk hij nog eens 28 schepen, waaronder het Nederlandse vrachtschip Wangi Wangi op 25 mei 1941. In augustus 1941 werd hij benoemd tot Flotillenchef van de 2. Unterseebootsflottille en in maart 1943 tot hoofd opleidingseenheden in de Oostzee, een functie die hij uitoefende tot het einde van de oorlog. Hij stierf op 44-jarige leeftijd in 1950 in Frankfurt am Main.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s