No.2 (Dutch) Troop: de eerste Nederlandse commando’s

Het logo van Combined Operations, waar No.2 (Dutch) Troop deel van uitmaakte.

Begin 1942 was Groot-Brittannië het thuisland van grote groepen militairen in ballingschap. Uit alle hoeken van bezet Europa waren ze naar Groot-Brittannië gekomen om daar de strijd tegen de Duitsers voort te zetten. Maar tot dusver hadden ze weinig te doen gehad, wat leidde tot een gevoel van frustratie. Aangezien een grootschalige invasie van Noordwest-Europa op de korte termijn geen realistische optie was, zochten ze naar andere manieren om in actie te komen. Eén van die manieren waren commando-operaties.

In de voorgaande jaren hadden Britse commando’s gedurfde aanvallen uitgevoerd op Duitse posities in Frankrijk en Noorwegen. De gedwongen duimendraaiende soldaten in Groot-Brittannië zagen deelname aan zulke operaties ook wel zitten. Het was een potige tweede luitenant uit Frankrijk die daar de eerste stappen voor ondernam. Deze Philippe Kieffer wist zijn meerderen én de commandant van de Britse Special Service Brigade, brigadegeneraal Joseph C. Haydon, ervan te overtuigen dat het een goed idee was om een Franse commando-eenheid op te richten, speciaal voor operaties op Frans grondgebied. Lord Louis Mountbatten, hoofd Combined Operations, vond dit ook een goed idee, maar wilde dat de commando-eenheid ook militairen van andere nationaliteiten zou omvatten.

De tot eerste luitenant gepromoveerde Kieffer slaagde erin 40 Franse matrozen te rekruteren en vormde daarmee de 1re Compagnie de Fusiliers-Marins (1e Compagnie Marine-Infanterie). Maar dat was nog maar het begin. Van heinde en verre meldden zich soldaten aan voor dienst in deze nieuwe commando-eenheid. Van veteranen uit de Spaanse Burgeroorlog tot veteranen uit het Franse Vreemdelingenlegioen en Nederlanders uit Suriname of Zuid-Afrika. Al snel groeide No. 10 (Inter-Allied) Commando uit tot de grootste eenheid in de Special Forces Group.

De eerste Troop (het commando-equivalent van een compagnie) die zich bij deze nieuwe eenheid aansloot, op 29 juni 1942, was No.2 (Dutch) Troop, bestaande uit twee officieren (één officier was een Zuid-Afrikaan die amper Nederlands sprak) en 40 manschappen uit de Prinses Irene Brigade. Oorspronkelijk geleid door kapitein P.J. Mulders, sloten degenen die de opleiding haalden zich op 16 juli aan bij het Commando. Net als met alle Nederlandse eenheden in geallieerde dienst, zorgden de moeilijkheden van ontsnappen uit het bezette Nederland er voor dat de Troop altijd onderbemand was, en het kwam dan ook nooit als volledige eenheid in actie. Op 3 augustus nam de Troop haar intrek in Portmadoc in Wales.

Kapitein Jan Linzel (1918-2009)

In de zomer van 1943 vertrokken 58 vrijwilligers van de No.2 (Dutch) Troop naar het Verre Oosten om te helpen bij de voorgenomen invasie van Sumatra. Inmiddels geleid door kapitein Jan Linzel, kwam de eenheid in januari 1944 aan in Kedgaon, India. Toen ze te horen kregen dat een invasie van Sumatra niet door ging, zochten de commando’s andere manieren om toch in actie te komen. Luitenant Maarten Knottenbelt en vier anderen sloten zich aan bij No.5 en No.44 (Royal Marine) Commando’s om te helpen bij commando-operaties in de Arakan (een streek in het huidige Myanmar). De Nederlanders werden vooral gebruik om radioboodschappen door te geven, omdat de Nederlandse taal onbegrijpelijk was voor de Japanners, die meeluisterden. Op 12 maart 1944 leed de eenheid haar eerste verlies: Soldaat Blatt raakte zwaargewond toen hij geraakt werd door granaatscherven. Maar toen het duidelijk werd dat er eigenlijk geen rol was voor de Troop in het Verre Oosten, zakte het moreel aanzienlijk. Zeker toen op 6 juni de geallieerde landing in Normandië plaatsvond. In augustus werden dan ook voorbereidingen getroffen om de Troop naar Engeland over te plaatsen voor inzet in Europa. Daar kwamen de Nederlandse commando’s op 15 augustus aan.

Arnhem

Luitenant Knottenbelt

Hoewel ze te laat waren om een rol te spelen tijdens de gevechten in Frankrijk, naderde de oorlog de Nederlandse grens en dat zorgde voor meer mogelijkheden. Toen begin september begonnen werd met de voorbereidingen op Operatie Market Garden, maakten commando’s vanaf het begin deel uit van de plannen. In totaal zouden 34 leden van de Troop deelnemen aan de gevechten rondom Arnhem, Nijmegen en Eindhoven. Zij zouden de Amerikaanse, Britse en Poolse paratroepen ondersteunen als tolken en contactpersonen jegens het verzet. Tijdens de gevechten rondom Arnhem kwam kapitein Groenewoud al snel om het leven. Zijn opvolger, de eerder genoemde luitenant Knottenbelt, wist 50 Nederlanders te rekruteren om inlichtingen te verzamelen, als gidsen op te treden, gewonden af te voeren en krijgsgevangenen te bewaken. Een andere commando, sergeant De Waard, hield zich vooral bezig met het ondervragen van krijgsgevangenen en opereerde als contactpersoon voor een tandarts in Oosterbeek, die zijn telefoon gebruikte om informatie te verzamelen via vrienden in Arnhem. Op 19 september kwam Soldaat Bakhuijs-Roozeboom om terwijl hij probeerde het 2e Parachutistenbataljon bij de brug te bereiken. Soldaat Beekmeijer landde als onderdeel van de 7e King’s Own Scottish Borderers, dat de landingszone van de 4e Parachutistenbrigade moest bewaken. Hij was vooral bezig met het verzamelen van inlichtingen van burgers en krijgsgevangenen. Op 19 september werd hij gevangengenomen.

Soldaat Bakhuijs-Roozeboom, die omkwam tijdens de Slag om Arnhem.

Op 21 september, terwijl de Britse paratroepen vast zaten in een steeds kleiner wordend gebied ten westen van Arnhem, probeerde soldaat Gobetz met een Canadese en een Amerikaanse officier de Rijn over te steken in een poging contact te maken met het 30e Korps. Tijdens de oversteekpoging raakte Gobetz gewond en kort daarna werd hij gevangen genomen. Na de Slag om Arnhem kwam hij samen met de soldaten Beekmeijer en Gubbels in hetzelfde gevangenkamp terecht, waar ze in april 1945 uit ontsnapten.

Tegen 25 september was het duidelijk dat het 30e Korps de Britse paratroepen niet zou kunnen redden en werden er plannen gemaakt om wat er over was van de divisie te evacueren. Tijdens de evacuatie raakte sergeant De Waard gewond en werd hij gevangengenomen. Luitenant Knottenbelt wist naar de zuidelijke oever te zwemmen, maar raakte daar gewond door granaatscherven.

Twee commando’s, sergeant Luitweiler en soldaat De Leeuw, hadden eigenlijk ook bij Arnhem moeten landen, maar hun zweefvliegtuigen kwamen neer bij respectievelijk Biezenmortel en op Schouwen. Luitweiler slaagde erin zes weken later contact te maken met de Amerikaanse 82e Luchtlandingsdivisie nabij Nijmegen. De Leeuw wist Amsterdam te bereiken, maar werd kort daarna verraden aan de Gestapo. Desondanks wist hij de oorlog te overleven.

BBO-operaties

Logo van het Bureau Bijzondere Opdrachten (BBO), dat de uitzending regelde van Nederlandse speciale eenheden naar bezet gebied die zich daar vooral bezighielden met de ondersteuning van verzetsactiviteiten.

Behalve als onderdeel van reguliere legereenheden, hielpen de commando’s ook bij operaties van het Bureau voor Bijzondere Opdrachten (BBO) – de Nederlandse geheime dienst. Op 25 september landde soldaat Blatt, hersteld van zijn verwondingen, nabij Westerberg. Hij moest contact maken met sergeant Talazar en inlichtingen verzamelen over de Duitsers. De landing werd echter al snel opgemerkt door de Duitsers en Blatt werd bijna gevangengenomen. Daarna trok hij zuidwaarts en met behulp van het verzet wist hij de geallieerde linies te bereiken.

Op 11 oktober landden sergeant-majoor Van der Veer en de sergeants De Koning en Michels nabij Veenhuizen om daar het verzet te helpen. Van der Veer werd verraden, maar een Nederlandse politieagent wist hem naar een Nederlands politiebureau te brengen en vanaf dat moment deed Van der Veer zich voor als politieagent. In april 1945 hielp hij de Franse paratroepen die in Drenthe waren geland. Sergeant de Koning had zich in eerste instantie voorgedaan als een boer, maar vanaf februari 1945 als dierenarts. Begin april 1945 werd hij bijna gearresteerd, maar hij werd geholpen door een Nederlandse politieagent, die hem zogenaamd had gearresteerd als zwarthandelaar.

En op 3 april 1945 landde luitenant Knottebelt bij Barneveld om daar de Binnenlandse Strijdkrachten te helpen.

Walcheren

De volgende plek waar Nederlandse commando’s werden ingezet was Walcheren, dat in november doelwit was van Operatie Infatuate, waarover u alles heeft kunnen horen in de vorige aflevering van de podcast. Elf man van No.2 (Dutch) Troop namen aan de operatie deel als onderdeel van No.4 Commando en nog eens veertien bij No.47 (RM) Commando. Hun rol was vooral die van vertaler en contactpersoon met het verzet.

Nederlandse commando’s met hun iconische groene baret op.

In de vroege ochtend van 1 november kwam No.4 Commando in Vlissingen aan land. Met behulp van korporaal De Liefde wisten ze de Duitsers in een bunker met een 75mm kanon ervan te overtuigen zich over te geven. Tijdens de landingen raakten twee andere commando’s van No.2 (Dutch) Troop gewond. In de al bevrijdde delen van Vlissingen zorgden twee Nederlandse sergeanten voor de coördinatie tussen de commando’s en het Nederlandse verzet. ’s Nachts leidde luitenant De Ruyter een patrouille om gevangengenomen Nederlandse ingenieurs en technici, die vastzaten in de scheepswerf, te bevrijden.

Ondertussen waren bij Westkapelle de Nederlandse commando’s van No.47 (RM) Commando geland. Daarna trokken ze zuidwaarts richting Zoutelande om contact te maken met No.4 Commando in Vlissingen. Toen dit contact eenmaal was gelegd, was de strijd om Walcheren nagenoeg ten einde. Op 7 november gaven de laatste Duitse troepen op het eiland zich over. Na de strijd bleef No.2 (Dutch) Troop achter op Walcheren, waar ze zowel burgers als krijgsgevangenen ondervraagden over de gevechten op Walcheren.

De Troop bleef in de regio en ondersteunde in de laatste dagen van de oorlog de bevrijding van Noord-Holland. Na de capitulatie van Duitsland kreeg men opdracht het krijgsgevangenkamp nabij Recklinghausen te bwaken. Op 7 augustus 1945 kreeg ze opdracht terug te keren naar Engeland. Een maand later keerde men terug naar Nederland, waar het opging in het nieuwe Korps Commandotroepen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s