De Slag om de Schelde

NB: Dit artikel is een voorloper op de aflevering van komende zondag, die over de Slag om Walcheren. 

In het najaar van 1944 kregen de westelijke geallieerden te maken met grote logistieke problemen. De meeste voorraden moesten nog steeds vanaf Normandië aangevoerd worden en de voorhoedes bevonden zich intussen al in de buurt van de Duitse grens. Begin september 1944 was Antwerpen en haar haven in Britse handen gevallen. Het gebruik van deze haven zou aan alle logistieke problemen in één klap een einde maken. Het probleem was dat deze haven nog niet in gebruik kon worden genomen. De Westerschelde, de waterweg die toegang biedt tot Antwerpen, was door de Duitse aanwezigheid aan zowel de noord- als zuidzijde niet bevaarbaar voor de geallieerde schepen. Het was dus essentieel om deze Duitse aanwezigheid zo snel mogelijk te verdrijven. 

Deze missie bestond uit vier fases. Tijdens de eerste fase moest de 2e Canadese Infanteriedivisie vanuit haar positie ten noorden van Antwerpen oprukken naar Woensdrecht en daar de landverbinding tussen Zuid-Beveland en Noord-Brabant afsnijden. Daarna zou de 3e Divisie tijdens Operatie Switchback de laatste Duitse eenheden in Zeeuws-Vlaanderen uitschakelen en de zuidelijke oever van de Westerschelde innemen. In de derde fase, met de codenaam Operatie Vitality, moest de 2e Divisie vanuit Woensdrecht Zuid-Beveland binnentrekken en Walcheren isoleren. De laatste operatie, Infatuate, betrof de inname van Walcheren zelf.

De Slag om Woensdrecht

De eerste fase begon op 2 oktober, toen de Canadese 2e Divisie haar opmars richting Woensdrecht startte. Felle gevechten braken op 6 oktober bij die plaats uit. De Duitsers, die versterking hadden gekregen van de 85e Infanteriedivisie, zagen in hoe belangrijk het was om stand te houden, omdat Woensdrecht toegang bood tot Zuid-Beveland en Walcheren.

De Canadezen leden zware verliezen toen ze aanvielen over het vlakke, ondergelopen land. Nog steeds geeft de naam Woensdrecht de veteranen van de 2e Canadese Infanteriedivisie rillingen. De zware regenval, boobytraps en landmijnen zorgden voor een moeizame vooruitgang. Te midden van dikke mist vielen op 7 oktober de Calgary Highlanders aan, maar ze kwamen onder zwaar vuur te liggen van de Duitsers. De Duitsers lieten een vastberadenheid zien die de Canadezen lange tijd niet meer tegengekomen waren. De dag erna naderde het Régiment de Maisoneuve hun doelwit op zo’n 900 meter, waarna verdere vooruitgang niet meer mogelijk was. Ook de aanval van de Black Watch of Canada liep al snel vast. Op 9 oktober voerden de Duitsers een tegenaanval uit en konden ze de Canadezen terugdringen. Ook de voortgang van de Duitsers was zeer moeizaam door het felle verzet van de vijand.

Canadese soldaten trekken door Hoogerheide

Hoewel men van plan was geweest om de 4e Canadese Divisie in te zetten ter ondersteuning van de 3e Divisie tijdens diens aanval in Zeeuws-Vlaanderen, dwong de situatie van de 2e Divisie de Canadezen eenheden van de 4e Divisie naar deze sector over te plaatsen. Op 9 oktober kreeg het South Alberta Regiment opdracht de rechterflank van de 2e Divisie te beschermen en het gat tussen de 2e Divisie en de 1e Poolse Pantserdivisie op te vullen. De dag erna kreeg generaal Harry Forster van de 4e Divisie de opdracht de 4e Canadese Pantserbrigade naar Antwerpen te sturen.

Op 13 oktober, een dag die bekend zou komen te staan als Black Friday, werd de Black Watch, onderdeel van de Canadese 5e Infanteriebrigade, vrijwel vernietigd tijdens weer een mislukte aanval. De Black Watch viel de versterkte Duitse posities aan, terwijl de rest van de 2e Divisie bleef waar ze was, wat erop duidt dat de Canadezen de Duitsers flink onderschatten. Alle soldaten van de C Compagnie van de Black Watch werden die dag gedood of gevangengenomen. De zware verliezen betekenden bijna het einde van het regiment. De Calgary Highlanders volgden de Black Watch en hun aanval verliep beter. Het peloton pantserinfanterie van het regiment slaagde erin het treinstation van Korteven ten noorden van Woensdrecht in te nemen. Ook braken er gevechten uit rondom Hoogerheide. Op 16 oktober voerde de Royal Hamilton Light Infantry een nachtelijke verrassingsaanval uit op Woensdrecht en ze slaagden erin een groot deel van het dorp in te nemen. Ook dit regiment leed echter zware verliezen. Later op 16 oktober werd de rest van Woensdrecht eindelijk ingenomen en was de landverbinding naar Zuid-Beveland en Walcheren in geallieerde handen.

Operatie Switchback

De tweede grote operatie, Operatie Switchback, had tot doel de laatste Duitse soldaten in Zeeuws-Vlaanderen te vernietigen. Deze taak was toebedeeld aan de Canadese 3e Infanteriedivisie. Zij moesten het Leopoldkanaal oversteken en noordwestwaarts oprukken richting Breskens. Deze stad werd verdedigd door de Duitse 64e Infanteriedivisie onder de ervaren generaal-majoor Knut Eberding. Tijdens de terugtocht van het Duitse 15e Leger was een enorme hoeveelheid geschut in Breskens achtergebleven, geschut dat Eberding nu gebruikte om de Canadezen tegen te houden. Zo beschikte de divisie over 100 20mm kanonnen die als zware machinegeweren werden gebruikt en 23 exemplaren van het legendarische 88 mm geschut, dat met een enkel schot een geallieerde tank kon uitschakelen.

Duitse soldaten nabij Breskens

Terwijl de aandacht van de geallieerden gevestigd was op Operatie Market Garden, had Eberding van de drie weken rust gebruik gemaakt om zich in te graven. De vlakke, moerassige polder rondom Breskens maakte van het plaatsje een soort eiland met slechts een beperkt aantal begaanbare aanvalsroutes. Bovendien hadden de Duitsers diverse dijken opgeblazen om het terrein nog moeilijker begaanbaar te maken. Alleen de wegen die bovenop de dijken waren aangelegd boden de Canadezen de kans om op te rukken en het was op deze wegen waar Eberding zijn geschut had opgesteld.

De Canadezen hadden intussen besloten het Leopoldkanaal ten noorden van Maldegem over te steken. Ondanks dat ze wel enigszins op de hoogte waren van Eberdings voorbereidingen, hadden ze er alle vertrouwen in dat de Duitsers zich naar Walcheren zouden terugtrekken zodra de Canadese 3e Divisie aan haar opmars zou beginnen. Desondanks besloot men de aanval langs het Leopoldkanaal te laten vergezellen door een gelijktijdige amfibische landing nabij de Braakmankreek. De 7e Brigade van de 3e Divisie zou het kanaal oversteken en de 9e Brigade de landing uitvoeren.

De 7e Brigade begon haar oversteek op 6 oktober met een schijnaanval door het North Shore Regiment en een hoofdaanval door het Regina Rifles Regiment en het Canadian Scottish Regiment. De landing van de 9e Brigade, had min of meer gelijktijdig moeten plaatsvinden, maar deze landing liep een grote vertraging op. Hierdoor werd de 7e Brigade tijdens de eerste 68 uur van haar aanval blootgesteld aan alles wat de Duitsers in huis hadden om ze te stoppen.

De Canadezen wilden de vijand verrassen door geen voorbereidend artillerievuur af te geven, maar in plaats daarvan tot mobiele vlammenwerpers omgebouwde Bren Carriers in te zetten om de Duitse verdedigers te overweldigen. Terwijl de Wasps, zoals deze bijzondere voertuigen heetten, het vuur neerlegden op de noordelijke oever, klommen de mannen van de 7e Brigade langs de steile kanaaloever naar boven en stapten ze daar in hun aanvalsboten. De Duitsers waren echter goed ingegraven en hadden weinig last van de vlammenwerpers. Eén compagnie van de Regina Rifles werd vrijwel vernietigd tijdens haar oversteekpoging. De Duitsers lieten zwaar machinegeweer- en mortiervuur neerkomen op de paar Canadezen die erin slaagden de andere oever te bereiken. Dit overtuigde de andere compagnieën ervan dat het zelfmoord was om het kanaal bij daglicht over te steken. De paar Canadese soldaten op de noordelijke oever moesten daardoor bijna drie uur alleen stand houden voordat ze versterking kregen van de andere compagnieën. In de sector van het Canadian Scottish Regiment werkte de vlammenzee van de Wasps een stuk beter en binnen een uur hadden ze al een voetbrug over het kanaal aangelegd.

Het verloop van Operatie Switchback

Al met al konden er twee kwetsbare bruggenhoofden worden ingericht. De vijand wist zich snel te herstellen van de eerste schok en voerde diverse tegenaanvallen uit. De Duitsers slaagden er echter niet in de Canadezen uit de bruggenhoofden te verjagen. Brigadegeneraal Spraggree van de 7e Brigade was bang dat met name de zo zwaar toegetakelde Regina Rifles weggevaagd zouden worden en gaf aan de Royal Winnipeg Rifles, het bataljon dat hij als reserve had aangehouden, opdracht in de sector van het Canadian Scottish Regiment het Leopoldkanaal over te steken en daarna contact te maken met de Regina Rifles in het andere bruggenhoofd. Het ondergelopen polderlandschap maakte een snelle opmars echter onmogelijk, omdat de Canadezen gedwongen waren langs de weinige begaanbare wegen op te rukken en de Duitsers uiteraard langs deze routes hun zware wapens hadden opgesteld. Tegelijkertijd hervatten de Duitsers hun aanvallen op het bruggenhoofd van de Regina Rifles en dit bataljon kon deze enkel met veel moeite afslaan. De zware gevechten zorgden voor zware verliezen aan beide zijden, maar op 9 oktober waren de Canadezen erin geslaagd het gat tussen de twee bruggenhoofden te dichten en op 12 oktober was men erin geslaagd de weg tussen Maldegem en Aardenburg in te nemen.

Ondertussen kon op 9 oktober dan eindelijk de landing van de Canadese 9e Brigade nabij de Braakmankreek plaatsvinden. Dit was een grote verrassing voor de Duitsers en vrij eenvoudig kon er een bruggenhoofd worden ingericht. Maar de Duitsers herstelden hier snel van en ondernamen al snel felle tegenaanvallen, maar deze werden stuk voor stuk afgeslagen. Ondertussen was het Stormont, Dundas and Glengary Highland Regiment richting Hoofdplaat getrokken, waar het twee dagen moest vechten voordat ze het dorp in konden nemen. Verder naar het zuiden deden de North Nova Scotia Highlanders er drie dagen over om Driewegen in te nemen. Ten slotte slaagden de Highland Light Infantry erin om na een chaotisch nachtelijk gevecht Biervliet in te nemen. Door het succes van de landing besloot generaal-majoor Daniel Spry van de Canadese 3e Divisie om zijn 8e Brigade niet bij het Leopoldkanaal in te zetten, maar juist in het bruggenhoofd bij de Braakmankreek. Daar aangekomen, moest de brigade zuidwaarts oprukken om contact te maken met de soldaten langs het Leopoldkanaal.

De zware gevechten hadden hun sporen achtergelaten op de Duitsers. Sommige eenheden van de 64e Divisie beschikten nog maar over een derde van hun manschappen. Dit bracht Eberding ertoe om zijn divisie tussen 10 en 15 oktober gefaseerd terug te trekken in de richting van Breskens. Hierdoor werd de frontlinie kleiner en waren de Duitsers beter in staat deze te bemannen met hun verzwakte eenheden. Zo konden de dorpen Eede en IJzendijke vrijwel zonder gevecht in Canadese handen vallen.

Voor de laatste aanval op de Duitse posities in Zeeuws-Vlaanderen kreeg de 3e Canadese Divisie versterking van de 157e Brigade van de Britse 52e Lowland Divisie. Vanaf 20 oktober rukten de Canadezen en Britten op richting Breskens, Oostburg, Zuidzande en Cadzand. Wijs geworden door de zware verliezen van de afgelopen dagen, trokken de Canadezen zeer behoedzaam op en zetten ze overweldigende luchtsteun en artillerievuur in wanneer zij een Duits weerstandsnest hadden ontdekt. Het gebrek aan snelheid tijdens de aanval kon op stevige kritiek rekenen van veldmaarschalk Montgomery, die op 24 oktober een bezoek bracht aan de 3e Canadese Divisie. Woedend liet hij weten dat Zeeuws-Vlaanderen al weken eerder ingenomen had moeten worden en beschuldigde hij de Canadese officieren ervan laf te zijn. Als straf nam hij de 157e Brigade weer weg en gaf hij opdracht aan de 3e Divisie om vaart te maken.

De 3e Canadese Divisie lanceerde daarna meerdere aanvallen op de Duitse positie in de buurt van Breskens. Op 25 oktober werd met het verlies van een complete infanteriecompagnie Oostburg ingenomen. Ondanks Eberdings dreigement dat elke Duitse soldaat die zich zonder bevel van hogerhand terugtrok doodgeschoten zou worden, wonnen de Canadezen langzaam maar zeker terrein. In de laatste dagen van de gevechten verslechterde het Duitse moreel aanzienlijk en nam het aantal executies van terugtrekkende Duitse soldaten hand over hand toe.

Op 1 november bestormden de North Nova Scotia Highlanders het hoofdkwartier van Eberding in Breskens. De generaal, die de afgelopen dagen zijn soldaten had opgeroepen tot de dood te vechten, gaf zich zonder slag of stoot over. Operatie Switchback kwam op 3 november ten einde toen het Canadese Eerste Leger de Belgische kustplaatsen Knokke en Zeebrugge bevrijdde. Hiermee waren de laatste Duitse eenheden ten zuiden van de Westerschelde vernietigd.

Operatie Vitality

De vernietiging van het Duitse bruggenhoofd bij Breskens betekende de start van de derde operatie in de Slag om de Schelde. In de middag van 22 oktober liet generaal-majoor Foulkes, plaatsvervangend commandant van het 2e Canadese Legerkorps, aan de 2e Canadese Divisie weten dat het begin van Operatie Vitality, de inname van Zuid-Beveland, op last van veldmaarschalk Montgomery twee dagen eerder zou beginnen. De mannen van de 2e Divisie waren echter nog uitgeput van de zware gevechten bij Woensdrecht en de meeste eenheden waren sterk onderbemand door de talloze verliezen. Desondanks moest en zou de aanval van start gaan. De aanval ging op 24 oktober van start met de zwaar gehavende 6e Brigade als voorhoede. De Canadezen hoopten dat er dit keer wél een snelle opmars plaats kon vinden. Men was van plan de Duitse weerstandsnesten niet aan te vallen, maar ze te omsingelen en verder te trekken. Dit zou hen in staat stellen binnen korte tijd bruggenhoofden te vestigen op de westelijke oever van het Kanaal door Zuid-Beveland. De opmars liep echter sterke vertraging op door mijnen, modder en sterke vijandelijke posities.

Een Canadese kolonne trekt richting Zuid-Beveland voor Operatie Vitality

Weer leden de Canadezen zware verliezen tijdens hun gevechten met het 6e Fallschirmjäger Regiment. De 6e Brigade kreeg later versterking van de 5e Brigade. Met steun van zwaar artillerievuur wisten de Canadezen langzaam maar zeker op te rukken. Op 25 oktober liet het Essex Scottish Regiment weten dat zij 120 Duitsers gevangen hadden genomen en dat het meeste verzet in het smalste deel van het schiereiland uitgeschakeld was. 

Om de Duitse posities in Zuid-Beveland verder te ondermijnen voerde de Britse 52e Lowland Divisie een amfibische operatie uit achter de Duitse linies. Het Duitse verzet viel daardoor uiteen en de 156e Brigade van de 52e Divisie kon snel oprukken. Tegelijkertijd lanceerde de Canadese 6e Brigade een frontale aanval over het kanaal. Dit was teveel voor de Duitsers en kort daarna was Zuid-Beveland volledig in geallieerde handen. Met de bevrijding van Zuid-Beveland was Walcheren het laatste obstakel geworden voor de bevrijding van de Schelde en de zo belangrijke ingebruikname van Antwerpen.

Hoe deze laatste fase verliep, hoort u komende zondag tijdens de nieuwe aflevering van de Tweede Wereldoorlog Podcast.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s