De T-34

De noodzaak voor de ontwikkeling van wat later de T-34 zou worden ontstond niet op de steppes van de Sovjet-Unie, maar in het ruige landschap van Spanje. In juni 1936 brak daar een bloedige burgeroorlog uit toen Nationalistische rebellen de wapens opnamen tegen de Republikeinse regering. De Sovjet-Unie schaarde zich achter de regering en in september kwamen de eerste tanks en bemanningen aan. Daarentegen steunden Italië en Duitsland juist de Nationalisten van Franco, waardoor de burgeroorlog een ideale proeftuin werd om de nieuwste tanks tegen elkaar te testen. Hieruit bleek dat de Sovjet T-26 en BT-5 prima op konden tegen de Duitse Panzer I en de Italiaanse L3, maar dat hun pantser veel te dun was voor projectielen van het nieuwe Duitse 37 mm antitankgeschut.

Ver weg van het Spaanse slagveld, in het Oekraïense Kharkov, was een team ontwerpers en ingenieurs onder Mikhail Koshkin druk bezig een vervanger voor de BT-5 te ontwerpen. Voor hen was de input van de soldaten die in Spanje vochten zeer waardevol. Op basis van de ervaringen ontwierpen ze een tank met een dik pantser, een krachtige dieselmotor en een kanon dat sterk genoeg was om een vijandelijke tank met eenzelfde pantser uit te schakelen. Het resultaat hiervan werd in december 1940 als de T-34 in productie genomen. Vooral door haar schuin aflopende pantser vormde de nieuwe tank een revolutionaire stap voorwaarts.

Dit kon helaas niet gezegd worden van het Sovjet tankwapen. Hoewel er in de jaren ’30 een vooruitziende blik had bestaan op de inzet van de tank, was deze na de zuiveringen van 1937-1938 nagenoeg verdwenen. De conservatieve officieren die nu de leiding hadden knipten de tanks op in kleine brigades, die ingezet werden ter ondersteuning van de infanterie. De verbazingwekkende zegetocht door West-Europa van de Duitse Wehrmacht in mei en juni 1940 brachten een verandering met zich mee. De brigades werden vervangen door grote gemechaniseerde korpsen van 36.000 man en 1.031 tanks. Hier moesten er maar liefst 29 van gevormd worden. Maar er was te weinig tijd voor de voltooiing van een dergelijk ambitieus programma. Hoewel de Sovjets dat niet wisten, hadden ze maar een jaar de tijd voor de oorlog ook hun grondgebied bereikte. Veel te kort voor de productie van de benodigde 16.600 tanks. In juni 1941 waren er dan ook nog maar zeven korpsen actief, waarvan de meeste waren uitgerust met verouderde T-26’s en BT-5’s.

Bij de Duitse invasie speelden ze hierdoor ook maar een kleine rol. Enkel in het zuiden wisten vier gemechaniseerde korpsen de Duitse opmars enigszins te vertragen. Een tekort aan reserveonderdelen en vervangende tanks zorgde er echter voor dat deze korpsen zich langzaam maar zeker opbrandden. De T-34 had in deze periode maar weinig invloed op de gebeurtenissen. Er waren maar 900 stuks aan het front en dat was simpelweg te weinig om een rol van betekenis te spelen. Desalniettemin maakte de tank wel een grote indruk op de Duitse soldaten. Vol afschuw zagen deze hoe de projectielen van hun 37 mm antitankgeschut zonder enige schade aan te richten van de romp van de tank afketsten. Bovendien werden beschadigde en/of uitgeschakelde T-34’s maar mondjesmaat vervangen. De fabrieken die de tank maakten werden in deze periode namelijk verplaatst naar het Oeralgebergte om te voorkomen dat ze in Duitse handen vielen.

In het Rode Leger reden soldaten vaak mee op tanks.

Eind juli waren vrijwel alle gemechaniseerde korpsen vernietigd en moesten de Sovjets van begin af aan een nieuw tankwapen opbouwen. Omdat er geen tijd of ruimte was om een volledig nieuwe doctrine op te bouwen, werden de nieuwe T-34’s ondergebracht in nieuwe tankbrigades, die net op tijd het front bereikten om deel te nemen aan de succesvolle verdediging van Moskou. De overwinning voor de poorten van Moskou gaf de Sovjet-Unie weer wat tijd om nieuwe gemechaniseerde korpsen te vormen. Deze waren veel kleiner dan hun voorgangers en daardoor ook veel handzamer. Ook verscheen er een nieuwe doctrine die tot doel had om de tanks veel doelmatiger in te zetten. Al deze vernieuwingen waren in het najaar van 1942 gereed, precies op tijd om ingezet te worden tijdens het grote tegenoffensief bij Stalingrad. En het was op die bevroren steppe dat de T-34 voor het eerste tot haar recht kwam. Als een heet mes door boter sneden de Sovjet tankformaties door de verzwakte Duitse en Roemeense linies om Stalingrad te omsingelen en het Duitse 6e Leger uiteindelijk te vernietigen.

Ondertussen had de T-34 zelf ook enige veranderingen ondergaan. De T-34 was als de T-34 Model 1940 in productie gegaan, uitgerust met het L-11 kanon en een 52 mm dikke, gegoten koepel. De daaropvolgende Model 1941 was oorspronkelijk bedoeld als voertuig voor de pelotonscommandant, maar groeide al snel uit tot de standaard. De L-11 was vervangen door de krachtiger F-34. Model 1942 was dan weer een antwoord op de noodzaak om binnen korte tijd veel tanks te kunnen bouwen. Daartoe versimpelde men het ontwerp van de Model 1941. Het luik voor de chauffeur was bijvoorbeeld veel simpeler van ontwerp. Ten slotte verscheen in de zomer van 1942 de Model 1943. Deze hadden een grotere koepel, waardoor de commandant meer ruimte had. Van dit model werden de meeste T-34’s gebouwd.

De Duitsers bleven in de tussentijd niet stil zitten terwijl hun Panzers III en IV moeiteloos vernietigd werden door de superieure T-34. Ze kwamen op twee nieuwe tankontwerpen, de Panther en de Tiger. Beide werden in de winter van 1942-1943 in dienst genomen. De eerste grote confrontatie tussen deze nieuwe tanks en de T-34 vond plaats rondom Kursk, de locatie van het Duitse zomeroffensief van 1943. Hoewel de Sovjets de aanval overtuigend wisten af te slaan, benadrukte de komst van nieuwe Duitse tanks dat de T-34 niet langer voldeed. Met name de bewapening moest veranderd worden om het tegen de zwaar bepantserde Tigers en Panthers op te nemen. Dit leidde in de winter van 1943 tot de productie van de eerste T-34/85’s, uitgerust met het krachtige D-5T kanon. Deze versie vormde de perfectionering van de T-34. Alle kinderziektes en tekortkomingen waar de eerdere versies mee kampten waren opgelost en met de nieuwe bewapening kon het rustig de strijd aanbinden met de nieuwste generatie Duitse tanks.

Een T-34 tank in het Duitse Leipzig, mei 1945.

De T-34/85 werd voor het eerst in grote getalen ingezet tijdens het Sovjet zomeroffensief van 1944, Operatie Bagration. Bemand door ervaren bemanningen en getraind in de juiste inzet van tanks slaagden de Sovjets erin de machtige Duitse Legergroep Midden uit Wit-Rusland te verdrijven en binnen enkele weken tot halverwege Polen op te rukken. Dit vormde de opmaat voor de verdere Sovjet opmars naar het hart van Duitsland. Inmiddels waren er zóveel T-34’s op het slagveld, dat zij een haast niet tegen te houden tsunami vormden die de Duitsers compleet overweldigde en in mei 1945 tot hun capitulatie leidden.

De Duitse overgave betekende echter niet het einde van de T-34/85. Ook na de oorlog werd de tank nog regelmatig gezien op het slagveld, van de Korea-oorlog en het Midden-Oosten tot aan de Joegoslavische Burgeroorlog. Anno 2020 zijn er nog honderden T-34/85’s in dienst van de strijdkrachten van landen als Cuba, Jemen, Noord-Korea en Vietnam.

Een T-34/85 in gebruik door rebellen in Jemen, zo’n 70 jaar nadat de eerste T-34 gemaakt werd.

De T-34 was een revolutionaire stap voorwaarts in het ontwerp van de tank. Haar schuin aflopende pantser vormt de basis van ook nog de hedendaagse tanks. Haar grootschalige inzet vanaf de winter van 1942-1943 viel samen met het keren van het tijd aan het Oostfront en het is dan ook niet voor niets dat de tank het symbool is geworden voor de overwinning van de Sovjets op de Duitsers.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s